Scheidend onderwijswethouder Paul Dirkse hoefde niet lang over zijn droom en nachtmerrie na te denken. Namelijk: hoe voorkomen we dat zoiets moois als Leren met de Stad verloren gaat doordat bewoners in bepaalde buurten overspoeld raken en onderzoeksmoe worden? Het antwoord: een betere spreiding over heel Leiden, voegde hij er zelf aan toe.
Dirkse was niet de enige die daar zorgen over heeft. Ook andere deelnemers aan de sessie benadrukten dat studenten niet alleen maar in Leiden-Noord, De Stevenshof en De Mors aan de slag moeten. Ook omdat het andere wijken zo gegund is, vond Romy Hijman, onderwijsinnovator voor Letterlijk Leiden.
Andere dromen hadden betrekking op meer inclusiviteit. Dus een echt diverse Raad van de Kinderen in Leiden. En meer participatie van vakmanschap in Leren met de Stad door dit project uit te breiden met het mbo en het voortgezet onderwijs.
Dat is ook de droom van Astrid Prakke-Bruins van mboRijnland. “Wij willen er als mbo veel meer bij betrokken zijn. Mbo’ers zorgen ervoor dat dingen daadwerkelijk gebeuren. Ze kunnen een belangrijke schakel zijn.” De welzijnsopleiding geeft daarom vanaf aankomende september les in Het Gebouw “Want waarom zitten we de hele dag met de leerlingen in een schoolgebouw? Wij gaan naar de wijk, waar het welzijnswerk gebeurt. Zo blijven we als welzijnsopleiding actueel.”
Deze studenten, weet Esther Haverkort, kunnen allemaal nieuwe satellietjes voor de beroepskrachten in de wijk worden. Satellietjes die signalen opvangen en kennis doorgeven waar het welzijnswerk weer mee aan de slag kan. “Zij zien al die studenten echt als een verrijking voor wat zij doen.”
Daarover bestaat bij niemand twijfel. Groot enthousiasme is er dan ook om Leren met de Stad uit te breiden met een Leergemeenschap STAD. Hoe die leergang voor docenten, onderzoekers en stadspartners vormgegeven kan worden is 12 oktober onderwerp van gesprek. Dan wordt er nagedacht over een methodiek en werkwijze voor extern onderwijs, die de beste toekomstige professionals aan Leiden gaat schenken.
De deelnemers aan deze thematafel bogen zich over een drietal vragen: Voor wie en met wie zou je een Binnenstadcampus kunnen maken? Wat is dat dan precies, een Binnenstadcampus? En waar zou je die aanleggen?
Denk eerst goed na wie er baat heeft bij een campus. Is dat alleen het onderwijs in de binnenstad? Of moet de ambitie breder zijn? De visie dat de inwoners van Leiden iets aan de Binnenstadcampus moeten hebben, werd unaniem gedeeld. Dat betekent dat er meer partners betrokken moeten worden dan alleen kennis- en onderwijsinstellingen, om de volledige breedte van de samenleving te dekken. En hoe betrek je burgers bij de campus? Wat dat laatste betreft werd het woord ‘campus’ in twijfel getrokken. Dat klinkt te afstandelijk. Voor een goed voorbeeld kan de blik op Groningen, waar zich in een campusachtige omgeving óók een openbare bibliotheek, een bioscoop en een museum bevinden.
Is de Binnenstadcampus een set gebouwen of een samenwerkingsvorm? Duidelijk is dat we al heel ver kunnen komen met bestaande infrastructuur. De gebouwen staan er al, het is vooral zaak om de publieke ruimte tussen die gebouwen zodanig in te richten dat meer ontmoetingen worden gefaciliteerd. Tegelijkertijd moet een campus ook méér zijn dan een fysieke plek. Een campus is een beweging, altijd veranderend.
Aangezien veel kennis- en onderwijsinstellingen zich al bevinden in de binnenstad, lijkt het logisch om te spreken van een Binnenstadcampus. Maar sluit je daarmee de instellingen die zich buiten de binnenstad bevinden – bijvoorbeeld de Hogeschool Leiden – niet uit? Schuilt er bij het framen van een Binnenstadcampus bovendien geen gevaar in dat het vooral wordt opgevat als iets van de universiteit? En we willen nu juist dat het een verbindend en onverdeeld orgaan wordt. Een Binnenstadcampus – met wetenschapswinkel in het oude V&D-gebouw – ok, maar mét hubs in de wijken.
Op basis van de discussie werden drie actiepunten geformuleerd:
De sessietitel wordt dus al snel vervangen door ‘Samenwerken tussen onderzoek en de onderwijspraktijk’. Dat dekt de lading beter vinden de aanwezigen. Er is al veel onderzoek naar onderwijs. En er zijn heel veel vragen over onderwijs die vanuit academisch onderzoek beantwoord kunnen worden. Maar dat lukt niet altijd. Een platform an sich is niet de oplossing. Er moeten wegen worden geplaveid om die samenwerking te verstevigen.
Aan de hand van visualisatie gingen de deelnemers aan de slag om de ideale samenwerking tussen de onderzoeks- en onderwijspraktijk te tekenen. Op een groot vel ontstond al snel een tuin. Met paden die goed onderhouden worden. Een vijver waarin je je kunt onderdompelen. Aarde waarin kan worden gewroet. Door iedereen. Zodat onderzoek laagdrempelig blijft en je complete organisaties er in mee kunt nemen.
Al tekenend ontdekten de deelnemers dat ze geen statisch platform nodig hebben maar een tuinmens die de onderwijspraktijk met het onderzoek verbindt. Eentje die de paden onderhoudt, de grond af en toe omspit en water geeft. Iemand die de vruchten herkent, de oogst oppakt en weet waar hij dat kan afleveren.
En nee, de tuin wordt niet afgebakend. Hij is onbegrensd. En ook met slecht weer of een mindere oogst moet de tuin onderhouden blijven om later weer goede oogsten te hebben. De tuin is echt een vrije speelruimte waarin je over onderwijsonderzoek kunt praten. En daarin, besloten de deelnemers, voorziet LEF eigenlijk al. Dit is echt een onderwijshangplek voor onderwijsprofessionals. Nu de tuinmens nog!
“Weet je wat zo tof is? Er zijn op dit symposium meer genodigden dan tijdens eerdere edities van Leiden Kennisstad. Dat komt doordat de uitnodiging breder is verstuurd. Niet alleen naar mensen die in de Kennisstad-overeenkomst actief zijn, ook naar mensen daarbuiten, uit het veld. Dat zorgt voor meer perspectieven aan tafel en een ander soort gesprekken. Toegankelijker en meer verdiepend. En dat brengt nieuwe inzichten.”
“We zijn een geweldig team met elkaar. Het bruist van alle kanten. Ik was erbij toen we dit programma begonnen, maar toen waren we nog zoekende. Als je ziet wat we in 2,5 jaar voor elkaar hebben gekregen, dat is enorm. Echt, ik ben super enthousiast. En ik hoop dat we Leren met de Stad gaan uitbreiden met het mbo en het voortgezet onderwijs. Want hen mis ik nog in de wijken.”
“Wat mij deze avond concreet heeft opgeleverd? Ik heb Otto Jelsma, de bestuursvoorzitter van het mboRijnland, ontmoet. Ik ga hem morgen gelijk bellen, zodat we Da Vinci Lammenschans aan het mboRijnland kunnen koppelen. Samen kunnen wij ons ervoor inspannen dat de Lammenschansdriehoek een echte wijk wordt.”
“Het doet me goed om te horen en te zien dat iedereen die mooie initiatieven hier nog groter en breder wil dragen. Dat de bereidheid van de aanwezige organisaties om met elkaar samen te werken aan alle kanten groot is. Het opent deuren naar een duurzame samenwerking. En maakt het makkelijker om vast te houden wat we hier vanavond horen en daadwerkelijk in gang te zetten.”
“Ik ben blij met onze coalitiepartners in Leiden Kennisstad. Voor een duurzame en gezonde stad heb je elkaar nodig. Alleen samen kunnen we het verschil voor onze huidige en toekomstige bewoners maken. En ook bedrijven hebben duurzaamheid op hun agenda staan. Het is belangrijk dat wij hen waar nodig kunnen blijven faciliteren.”